Living in the moment

Waar het observeren begint, eindigt het vaak in zinnen van poëzie, literaire stukjes en gewoon verwondering. U noemt het observeren, ik noem het kijken. Of zien. Of genieten. Of wat dan ook maar.
Het leven gaat snel en alles moet aanpassen. Het moment, is nu alweer voorbij.
Het leven gaat als een sneltrein en je zag in een flits wat alweer voorbij was. Een glimp blijft over.
Vertraagt u eens, verwondert u zich om de kleine dingen, leef in het moment.

 

Dagboek van C. [5]

Dierentuin in lockdown

Afgelopen week zagen we een korte documentaire over de London Zoo tijdens de lockdown. Dramatisch, hoe de dierentuin bijna moet sluiten omdat er geen inkomsten zijn. Simpelweg vanwege de lockdown, door C… Het bracht ons echter wel op een ander idee!

Jaren geleden zijn T. en ik naar Ouwehands dierenpark in Rhenen geweest. Vlák voordat de beroemde panda’s het land binnen werden gehaald als koning en koningin. Het is een leuk dierenpark, dat eerst vooral bekend stond om het berenbos. Tijdens onze wandeling over de loopbrug langs de beren, zagen we achter de hekken – buiten het park – mensen wandelen. Zou je tijdens een gewone boswandeling zo dicht bij de dieren kunnen komen? Het werd dus tijd om op onderzoek uit te gaan.

Lees verder

Dagboek van C. [4]

All you need is love

Het hele jaar door kunnen we genieten van herenigingen, liefdesverklaringen en bedankjes van mensen die elkaar liefhebben. Het tv-programma All you need is love is een ware tranentrekker. Ik kijk er graag naar. Niet per se om te ‘janken’, maar om al het moois wat de mens in zich heeft: liefde.

Begin dit jaar begon het programma, zoals altijd, in de studio met zowat 500 mensen. Totdat… C. Jeweetwel. Het voelt zo gek: afstand houden, mondkapjes, elkaar minder zien. De liefde uiten voelt dan vreemd. Je kunt niet doen hoe je zou willen. Elkaar omhelzen, kussen, met z’n allen bij elkaar.

En dan zou nu de mooiste tijd van het jaar moeten zijn. Maar hoe kan dat, als je de liefde niet kunt uiten zoals je zou willen? We worden digitaal, creatief, want we kúnnen nog wel de liefde uiten. Dat moeten we dan maar omhelzen ook!

All you need is love laat zien hoe dat moet. Via manshoge spatschermen, knuffelwanden met plastic armen en vele, vele videoboodschappen. Om de liefde te uiten. Het voelt als de onverwachte droppingen in de beroemde Australiëreis. Mensen worden verrast met dat ze hun geliefden opeens wél in het echt kunnen zien. Of worden verrast met de hele familie bij elkaar via videobellen. Fantastisch hoeveel er mogelijk is, als je maar wat verder denkt. En de megagrote hulp van het programma is ook wat waard natuurlijk.

Maar die C., hè. Hoeveel er ook mogelijk is, sommige dingen blijven onmogelijk; los van elkaar echt knuffelen, zonder plastic ertussen. Want hoeveel technologie en mogelijkheden er zijn: ik zal geen videoboodschap kunnen krijgen, niet kunnen videobellen, of knuffelen met plastic ertussen. Als papa er nog was geweest, zou het sowieso teveel zijn geweest voor hem, die C. Maandenlange quarantaine zou een gevangenisstraf geweest zijn. Want ook hij was iemand die liefde wilde uiten, zoals elk mens. En C. had hem dan uiteindelijk wel de das omgedaan.

Toch blijft het knagen. Dat is dan een gemis, dat papa er niet meer is. Hoeveel we ook afhankelijk en blij mogen zijn met de technologie, de herinnering heeft meer waarde. Als ik zie dat de mensen worden verrast met een concertje van André Rieu, dan denk ik: ja, dat had papa ook mooi gevonden. We keken er altijd graag naar. De herinnering blijft. Ik geniet van een boswandeling en ik zie een wit veertje op mijn pad. Ik zie papa in mijzelf, en mijzelf in m’n dochter. Ik zie een sterrenhemel, of hoor bepaalde muziek en dan, op die momenten, is papa dichtbij.

Dan blijkt All you need is love opeens een tranentrekker. Omdat ik weet dat ik papa niet meer kan knuffelen. Ik kan niet meer onverwacht overvallen worden met een videoboodschap, of een echte ontmoeting.

I know how you feel right now… You need to come on home so I can hold you tight. Aldus Krezip in Sweet Goodbyes.

En sweet goodbye it is. Nu dan althans. Hoe pijnlijk ook: dat gemis én wetende dat sommige dingen nooit (meer) zullen gebeuren, ik weet dat papa bij me is. Op welke manier dan ook. Want dat doet de liefde: die zit in je hart, in je hoofd en in elke cel van je lichaam. All you need is love.

Dagboek van C. [3]

Wanneer de tijd je inhaalt… Bedenk nog even dat het begin september was, toen we nog iets mobieler waren en met meer mensen thuis mochten zijn. Verlang nog even terug, sta stil bij hoe het toen was, en ga dan fris er tegenaan. Samen.


Voor mijn gevoel is C. alweer voorbij. Het leven is weer “normaal”. Alles begint weer, inclusief anderhalvemetersamenleving. We hebben een zomer gehad, vol zinderende zomerhitte. Dat zwoele gevoel van lange dagen. De zomer was één lange dag. Langer dan anderhalve meter.

De zomer is voorbij. Het ruikt naar herfst. Natte blaadjes die het spoor gladmaken. Frisse winden die je omver blazen. Het is wachten op de eerste herfststorm.

In mijn hoofd is het winter. Begrijp me niet verkeerd, winter is níet negatief. Ik hou van de winter. Ik ben geboren in de winter. Ik kán niet zonder winter. Het idee van herfst is me te tochtig en te vochtig. Mijn haar gaat pluizen als ik er aan denk. Die kou is wennen als de winter. Het is winter in mijn hoofd. Een zonnige winterdag, met wolkjesblazende kou. Ik ben ingepakt. Dat tussenweer is niks voor mij. Die hitte trouwens ook niet.

Elk seizoen heeft zijn charme, blijkbaar. Want morgen stap ik het bos in, gewapend met waterdichte schoenen en een regenjas. Ik vlieg door de blaadjes als de wind door de bomen. Die geur is fantastisch. Dan zal ik zingend door de herfst gaan, als die geur mij maar mag achtervolgen, tot ik er té melancholisch van wordt. Dan mag het wel weer winter zijn.

Ik zit alleen maar vooruit te denken, vandaar dat ik een seizoen te ver ben. Terugkijken is niet goed voor me, daar word ik melancholisch, moedeloos en nostalgisch van. Hoewel nostalgisch niet negatief hoeft te zijn. Maar blijf er niet in hangen.

In mijn hoofd is het winter, we gaan richting de lente. Nieuwe beginselen, plannen en dag zeggen tegen die zomer. Vol anderhalvemeterhitte.

“Opa”

Ze kan “opa” zeggen. Nog eerder dan “oma”. Terwijl ze de oma’s vaker ziet. Ze gaat morgen naar de opa toe, dus wij zeggen “opa”, zij zegt “opa”. Als ze het morgen nog maar zegt.

Ze zegt “mama”, maar ze kijkt me niet aan. Opnieuw “mama” en ze wijst. Op de ladekast, achter een doosje, staat een fotolijstje. Ik kijk ernaar. Zij zegt “mama”. Ik pak het lijstje en zie wat er staat. Ik dacht dat ik veel veranderd was, maar blijkbaar niet. Als ze mij herkent van 15-20 jaar geleden?

“Mama”, zegt ze trots en wijst opnieuw naar de foto. Ze kijkt me aan voor bevestiging. “Ja, mama. En wie is dat?” Stilte.

Ze kent hem niet. Heeft hem nooit eerder gezien. Zal hem nooit kúnnen zien. “Dat is opa.” “Opa.” De opa die ze nooit zal kennen.

Dagboek van C. [2]

Ik zei het je toch? De brem bloeit vroeger dit jaar! Vanmiddag, toen ik even een rondje door de tuin maakte, voordat ik ging lezen, zag ik het. Bij een van de twee bremstruiken, waren de knoppen groter en kwamen er bloemblaadjes uit. Bremblaadjes. Ik denk dat het wel 2 of 3 weken eerder is. Dat mag dan ook wel met dat stralender voorjaar. De bomen hebben zelfs in ongeveer een week alle blaadjes gekregen. Ziet er prachtig uit trouwens, die bomen weer groen. Dat geeft dan toch weer moed, hè?

En de paardebloemen, met hun pluizige soortgenoten, daar was ook iets mee aan de hand. Dat zal ik je vertellen. Vanochtend vroeg – want ja, dankzij mijn kleintje sta ik toch wat eerder op dan dat ik normaal zou doen op een vrije dag – verbaasde ik mij dat ik geen paardebloemen in het gras zag. Gister had ik het nog met de buurvrouw over. Ze zei “ik heb ook nergens een paardebloem gezien!”, waarop ik zei “dan moet je eens in ons gras kijken.”. Toch zag ik ze niet vanochtend. Maar wat blijkt, nu halverwege de middag in de felle zon: daar staan ze hoor, de paardebloempjes! Blijkt dat ze hun bloempjes tonen in de zon. Prachtig. Ik vind paardebloemen geen onkruid. Er komen bijen op af en hun zonnige geel werkt aanstekelijk. Je wordt er instant vrolijk van.

Nou, dat was het voor nu. Dag!

Dagboek van C. [1]

Ik las laatst dat we elk een dagboek bij moesten houden. Van deze vreemde tijd. De tijd van C. Dus laat ik maar eens beginnen.
Zal ik eerst uitleggen wat ‘vreemde tijden’ zijn? Je kan het zo opvatten: als je gaat lunchen om 11 uur, of pas om half 3, dan lunch je op een vreemde tijd. Want het middageten nuttigen zou je, ruim genomen, tussen 12 en 2 moeten doen. Daarom wordt een lunch tussen een ontbijt (breakfast) en lunch ook wel ‘brunch’ genoemd. Gewoon samengevoegd. Hoe simpel kan het zijn. Maar goed, vreemde tijden dus. Avondeten voor 17u is ook wel vreemd, hoewel daar geen mooie samenvoeging van bestaat, bij mijn weten.

Terug naar nu. Vreemde tijden, maar ook de crisis van C. Je zou niet denken dat we in een crisis zijn beland, als je mijn uitzicht zou zien. Het is een werkelijk práchtig voorjaar. Het kwam een beetje laat op gang, met vrieskou en kille windstoten, maar nu is het er hoor: stralend voorjaar. Vrijwel iedere dag volop zon, met een zacht briesje. De eerste bloemen, de narcissen, blauwe druifjes etc., zijn alweer bijna uitgebloeid. De volgende ronde is in aantocht. Ik zie paardebloemen in het gras en pluizebollen, klaar om uitgeblazen te worden; met of zonder wens er aan vast. Ik denk dat de brem vroeger gaat bloeien, zo vol in knop zit het al. De hortensia heeft helaas een klap van de laatste vorst gehad, dus ik ben benieuwd hoe die nog uitloopt. Wie weet komt het goed. Zoals alles goed komt.

Daar kom ik nog wel op terug. Want, hoewel onzichtbaar, is wel een vreemde tijd en een crisis die op de loer ligt. Klaar om toe te slaan. Voor sommigen is het geen voorjaar, bikkelen ze keihard voor andere levens. Anderen kunnen nauwelijks rondkomen omdat de wereld op z’n kop staat. En ik? Ik geniet hier maar van dat voorjaar. Hoe dubbel. Wie weet komt C. nog. Wie of wat die C. is weten we allemaal. Vanaf nu is er een tijd voor C. en een tijd na C. Gek hè? Het zijn dan ook vreemde tijden. Maar laat ik mezelf niet gek maken. Er is veel goeds in de wereld. Dus geniet ik maar van het voorjaar.

Tot gauw.

Helder

Ik denk aan je.
Ik denk aan je van een afstand.
Lang geleden, zo voelt het soms.
Vervaagd. Als een foto in zwart wit of sepia.


Helder van kleur was jij. Je blauwe ogen die ik terugzie in de spiegel.
Helder van lach was jij. Met een twinkeling en een grijns.
Helder van geest was jij. Met je liefde. Voor natuur, voor dingen. Voor ons.
Helder was je. En toch vervaagd, lijkt het.


De afstand voelbaar. En niks meer tastbaars.
Hoewel het geheugen van mijn vingertoppen en de foto’s die mijn ogen maakten, opgeslagen in mijn hoofd, op papier en in gedachtes. Ben je er altijd. Dichtbij. Helder en tastbaar.
Voor altijd in mijn hart.

De spiegel

Je kijkt, maar ziet me niet. Je kijkt, maar ziet me wel. Je kijkt, maar zie je jezelf ook?

Blauwe ogen, blonde haren. Van jou, van hem en van mij. Spiegel over geslachten, spiegel over generaties.

Hoe moet het zijn, als je jezelf niet zou herkennen. Een spiegelbeeld ziet, maar geen begrip? Ik tuur en staar, tot een blik van herkenning. Van mij in jou, van hem in jou. Je kijkt me aan. Je lacht naar me. Je weet niet wat ik denk, ik weet niet wat jij denkt. Hoewel mijn gedachtes waarschijnlijk complexer zijn van die van jou, weet ik zeker dat je al langer meegaat dan dat. Daarom zoek ik jou in de spiegel. Maar ik vind hem niet. Ik vind mij niet.

Jij zorgde ervoor dat ik mezelf verloor. Een stukje van mij doorgaf aan jou, maar ik herken het niet. Ik zie het niet. Delen wellicht, maar ik had gehoopt…

Tot ik mezelf weer gevonden heb, blijf ik staren. In de spiegel. Ik zie hem. Jij ziet mij. Wanneer zou je jezelf zien? Wanneer zou je zien en begrijpen, op wie je lijkt?

Ik vind mezelf wel weer terug. Want kinderen zijn als een spiegel. Zo ben jij waarschijnlijk de mijne. Ook al zie ik het niet. We zullen wel zien, lieve dochter.

De stoel

De zon schijnt en het gordijn is open. De februarizonnestralen schijnen langzaam maar zeker naar binnen. Ze turen even, alsof ze twijfelen. Komen even om het hoekje kijken en zien dan dat het goed is.

Daar in die hoek staat een stoel. Het is een beetje het verdomhoekje. Net niet onder het raam, maar net niet helemaal weggemoffeld. De zon reikt er maar half bij. De stralen die hem wel pakken laten de kleur oplichten, alsof het allemaal zo vrolijk is. Het is robuust, maar het licht maakt het zachter. Zoals het hoort te zijn, hier in deze kamer. Zonneschijngeel op de muur, witte meubels met zachte houttinten.

De stoel heeft heel wat meegemaakt. Jaren geleden stond hij in een ander hoekje, juist tegenóver het raam in plaats van er half-maar-net-niet-eronder. Daar op die plek kon de zon ook niet helemaal komen, het was immers te ver. In die stoel zat de eigenaar bijna altijd, herinnert ze zich. Hoewel het herinneren niet altijd even makkelijk gaat, ziet zij dat beeld toch nog altijd voor zich. Met een krant of laptop op schoot zat hij daar. Zijn tijd te verdoen, of zich gewoon te vermaken, de dag doorkomen. Kopjes koffie zijn er gedronken, koekjes gegeten. Het hoekje was een veilige haven.

Toch zat zij er zelf nooit. Het voelde niet vertrouwd en ze zag liever de woonkamer vanuit de andere hoek. Hoewel het staren naar buiten wel iets was dat haar kon bekoren. Enige tijd na Het jurkje wist zij dan ook zeker dat de stoel mee zou gaan, nu de eigenaar er niet meer dagelijks zat… (Nu ruim 8 jaar geleden alweer.) Stond hij in een ander verdomhoekje.

Vanwege zijn robuustheid lijkt hij gedoemd te zijn tot verdomhoekjes. Dat is zeker niet het sentiment dat zij er aan wil geven. Integendeel, de stoel is haar erg dierbaar vanwege alle weggestopte-maar-zeker-niet-helemaal-vergeten herinneringen. Dat maakt de stoel waardevoller dan ooit. En nu staat hij hier, op een kamer vol blijdschap. Ze had nog getwijfeld of de stoel na een flinke schoonmaakbeurt een andere kleur moest krijgen, maar deze robuuste kleur, die door de zonnestralen zachter wordt gemaakt, moet zijn zoals hij is.

De stoel zal niet leeg blijven. Het is geen stoel voor verdoemhoekjes. De stoel zal gebruikt worden. Een generatie verder. En als het gordijn open is, de maan om het hoekje tuurt en de sterren meekijken, dan weet ze. De stoel is voor altijd. Net als de eigenaar. Net als jij, lieve papa.

New York on a budget & tips

New York! Wie droomt er niet van om daar eens naartoe te gaan? Voordat je je onvoorbereid in The Big Apple stort, hier wat tips! Ga naar alle hotspots en must see‘s, maar ik daag je uit om ook eens van die paden af te gaan. New York is natuurlijk super groot! En, het is jouw vakantie, dus geniet er ook lekker van. New York City lijkt misschien een dure stad, misschien is dat het ook wel. De huizenprijzen zijn torenhoog en New York is nou eenmaal een gewilde, en daardoor drukke, stad. Toch kun je met de volgende tips écht wel naar New York, on a budget. Natuurlijk heb ik ook tips als je eens gewoon de toerist uit wil hangen en wat ideeën zodat je niet compleet overweldigend wordt door deze prachtige stad.

Lees verder