Het jurkje [republished]

Ze had nooit geweten wat ze zichzelf aandeed, toen ze voor de kast stond om te kijken wat ze aan zou trekken. Nooit geweten dat ze, met weemoed, terug moest denken aan dat wat haar het meest verdriet gaf.

Bijna vier jaar geleden was het. En tussen dat moment en nu zitten die dagen waarop het ’t meest verward is. Momenten met verplichtingen, in die familie. Deze familie, háár familie, die haar soms het gevoel kan geven dat andere dingen belangrijker zijn, dat een verplichte samenkomst, om het maar even bijna religieus te zeggen, voor hen dan wel een gevoel kan geven dat het goed is, maar dat het háár alleen maar kriebels geeft. Bepaalde kriebels die haar een afkeer geven, die haar verwarring geven en die ervoor zorgen om de familie dan maar even te vergeten.

Maar vergeten! Dat zou het ergste zijn wat zij zich in kan denken. Dat zij niet elke dag aan hem denkt, zoals wordt geromantiseerd in romans en films: “ik denk elke dag aan hem”. Nee, zo is het niet, denkt zij. Was het misschien maar zo. Zou dat het verlichten, die pijn. Was het maar zo, dat ze elke dag aan hem dacht. Zou dat het dan beter maken, verdraaglijker, die schok als ze wel eens aan hem dacht?

Maar wat had ze gedacht toen ze, aan het einde van de ochtend, want uitslapen mocht die dag, voor haar kast stond. Eerst de ene deur open, nee, maar weer dicht. Andere deur open. Zou het? Ze twijfelde. Haar rechterhand bewoog zich even tussen de hangers, zag dat er te veel leeg waren; in de was of in de kamer. Zou het? Zou ze die aandoen? Ze deed het. Ze haalde de hanger uit de kast met dat blauwe katoenen jurkje en ze trok hem aan. Om eerlijk te zijn, ze dacht er toen niet eens aan. Toen ze daar voor haar kast stond, dacht ze er niet eens aan! Het was als een gewoonte, een kledingstuk pakken en aantrekken. Ze deed haar korte laarsjes eronder en stapte op de fiets.

Oh, die kou! Warm en licht bezweet van het fietsen zat ze in de trein. Treinen en reizen konden haar wel bekoren, dat reizen, dat vliegen door het landschap. Naar buiten kijkend, naar links, naar rechts, naar dat eeuwige landschap en stedelijk landschap, dat zij zo goed kende. Elke plaats kende ze voor haar gevoel, zonder er ook maar ooit geweest te zijn. Wanneer ben je ergens echt geweest? Als je er doorheen rijdt, of als je er daadwerkelijk op de grond van die plaats hebt gestaan, of als je er moet zijn, zoals op bezoek bij iemand? Toch kende zij die plaatsen. Dag na dag rijdt ze er langs, er doorheen en ziet de mensen, de gebouwen en het verkeer. Die boom daar, die kudde schapen die daar altijd staat. Maar opeens kan het toch zo verrassend zijn. Op een ochtend vroeg, nog net licht en een beetje mistig, kan er zo maar een konijn, een haas of een ree door dat veld lopen, rennen. En daar, langs dat slootje, staat dan een mooie reiger te wachten op zijn prooi.

Ze kijkt van het raam naar haar jurkje. Ze kijkt nog eens en ze ziet het. Zij ziet het, ze ziet dat dit die jurk is, die jurk die ze niet voor niets bijna nooit draagt, die gewassen en zelfs gestreken in haar kast hangt, mooi genoeg is om vaak te dragen, maar dat is dus iets wat ze weinig doet. Met een reden. En die reden beseft ze zich nu pas. Het doet haar verdriet, dat ze het vergeten was. Tranen willen omhoog komen, maar dat mag nu niet. Ze kijkt weer naar buiten. Het landschap flitst voorbij, ze ziet alleen wat was.

Wat was, wat is geweest, is dat zo makkelijk te vergeten? Had ze haar witte laarzen nog maar. Of die ene broek, die niet zo lekker zat en daarom ook maar is vergeten. Dit jurkje is niet vergeten, omdat het in haar kast hangt, maar toch was het ook wel vergeten. Zo gewoon het was om die over te slaan. Wat bezielde haar bijna om het nu wel aan te trekken? Ze was het vergeten.

Ze was vergeten, die dag, die ene dag. Die dag die zo voorbij was, alsof het nooit is geweest. Het enige dat ze echt goed kon herinneren waren de mensen. Die lieve mensen, die rij die niet op leek te houden. Die mensen kwamen niet voor haar, nou ja een beetje dan. Nou niet liegen, die mensen kwamen óók voor haar. Ze voelde zich opgelaten in die rij. Het voelde niet vertrouwd. De mensen gelukkig wel, maar toch niet alle mensen. Niet iedereen kende of herkende ze. Sommigen waren van vroeger. Was ze die ook vergeten? Of waren zij haar vergeten? En dan voor dit ene moment in haar leven verschijnen, en om dan weer te verdwijnen alsof er niks is gebeurd. Ja, zo was het. Beiden vergeten en beiden weer verdwenen. De lijntjes worden langer. Hoe ouder je wordt, hoe langer de lijnen. Hou de lijntjes kort, hou ze strak, dat is er niet meer bij. De andere lijnen worden ook langer. Generaties zitten ertussen en het schijnt familie te zijn. Familie die zo onbelangrijk lijkt, omdat het is vergeten en dan zo belangrijk ís als het nodig is. Pas als er een reden toe is. Dan pas belangrijk zijn. Is er niet altijd een reden toe, dat familie belangrijk is? Ze kon het beamen, maar er iets aan doen was lastig. Ze merkte dat ze zo gauw hetzelfde deed. Niet dat ze dan iets vergat, maar door die verwarring, van die verplichting, wilde ze soms het liefste hen even vergeten.

Was die dag een verplichting? Zo ongeveer, ja. Zij kon er moeilijk niet bij zijn, maar ze wilde het nu even liever vergeten. Maar vergeten zou het ergste zijn! Nee, dat zou het niet. Dat vergeten zou niet het ergste zijn, maar hém vergeten zou het ergste zijn. En daar betrapte zij zich op, dat zij hem aan het vergeten was? Ook dat niet echt, niet helemaal. Het was al langer geleden en het deed minder pijn. Alleen dagen zoals nu en dagen zoals straks maakten sommige dingen alleen maar erger. Dat gemis, dat grote gemis, dat nu tranen in haar ogen brengt. En dan toch zullen die verplichtingen minder erg aanvoelen, minder kriebels geven hoe langer de tijd gaat. En het gemis kan een plek krijgen. Maar op die dagen, die zullen komen, zal het gewoon nooit meer hetzelfde zijn. Dingen veranderen, alleen je wilt niet altijd dat het verandert. Je wilt dat hij naast je staat, naar je lacht, je gelukkig nieuwjaar wenst, je feliciteert met je verjaardag met een knuffel en drie kussen, je wilt dat jij op zijn verjaardag hetzelfde kunt doen. Die verjaardag de dag erna. Je wilt dat hij de uitbreiding van familie kan zien, je wilt dat hij straks op alle belangrijke momenten in je leven is. Je wilt dichtbij hem zijn en je wilt hem dichtbij hebben. Omdat hij belangrijk is.

Straks zal zij kerst vieren, zonder hem. Ze zal oud en nieuw vieren, zonder hem. Ze zal haar verjaardag vieren, zonder hem. Hij viert zijn verjaardag niet. Niet met haar en niet met anderen. Maar zij blijft het vieren, ook zijn verjaardag, maar dan in gedachten.

Dat het jurkje alles veranderde zou een leugen zijn. Het betekende voor haar iets bijzonders die dag, dat ze stil kon staan bij de dingen, bij hem. Dat jurkje op zich was niet iets bijzonders, het is alleen een tastbare herinnering aan iets. Dat jurkje droeg ze namelijk, toen op die dag, op de dag dat ze haar vader begroef.

[12 december 2014. Oorspronkelijk gepubliceerd: http://chrendda.tumblr.com/post/104998000141/het-jurkje]

Advertenties

Een reactie op “Het jurkje [republished]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s